Over Vrouwe Holle

De geboorte van Het Rijk van Holle

Het is 2020… Heel de wereld wordt gedwongen om stil te staan en alles staat op zijn kop. Alle plannen vallen weg maar ook al je verplichtingen, alle moetjes. En er blijft niets anders over dan jij en je gedachten.

Een woelige tijd is het zeker maar het was ook een nieuw begin, een bron van introspectie en inspiratie. Het kaf wordt van het koren gescheiden en enkel wat essentieel is bleef overeind. En dat was nodig!

Het gaf me de tijd om mijn jarenlange dromen en mijn gemis op één hoop te gooien. Ik mocht een stapje terug doen en mijn pad overschouwen. Wanneer ik besloot om ook mijn professioneel leven wat dichter bij mijn ‘zijn’ te plaatsen, gebeurde het… Die magische flow, de bevestigingen en de ‘toevallige’ kansen die je krijgt als je wéét dat je op de goede weg zit. 

"Als elke stap dat je neemt bevestigd wordt en alle puzzelstukjes samenvallen, dan zit je goed. Vertrouw op je eigen magie..."

Vrouwe Holle is een sprookje van de Gebroeders Grimm. Het was eentje dat van kindsbeen af altijd tot me gesproken heeft. Toen ik nadacht over een gepaste naam voor deze plek voelde ‘Het Rijk van Vrouw Holle’ juist aan. 

De symboliek dat je oogst wat je zaait en dat werken loont, vond ik wel toepasselijk. Want je spirituele pad volgen en uitdiepen is hard werk! Het is zelfs niet eens rechtlijnig maar met de nodige omleidingen kom je, als je ervoor werkt, toch uit waarnaar je moest groeien.

Toen ik wat ging graven in de historiek en de diepere betekenis van dit specifieke verhaal, moest ik erg lachen. Wist ik veel dat ‘Holle’ een schuilnaam was voor de Godin waarnaar ik vernoemd werd bij mijn inwijding. En wist ik veel dat zij beschermer is van de Fae (grappig genoeg de naam van mijn dochtertje). Bovendien was ik de laatste tijd erg bezig met mijn schaduwzijde en raad eens waar het rijk van Holle toegang toe biedt?That’s right, de schaduwwereld, een plek waar alles mogelijk is. Zo werkt magie…

 Dat is… Als je bereid bent te zien, te accepteren en ervoor te werken.

Het sprookje...

Er was eens een weduwe, die twee dochters had. De één was mooi en ijverig, de andere lelijk en lui. Maar de weduwe hield van de lelijke en luie (die haar eigen dochter was) veel meer, en de andere moest alle werk doen en assepoes in huis zijn. Het arme meisje moest elke dag op straat zitten bij de waterput en ze moest zoveel spinnen, dat het bloed haar uit de vingers sprong. 

Nu gebeurde het eens, dat de spoel helemaal bloederig was. Toen bukte ze zich over de putrand en wilde de spoel even afwassen, maar de spoel sprong haar uit de hand en viel naar beneden. Ze begon te schreien, liep naar de stiefmoeder en vertelde van haar ongeluk. Maar die werd heel boos en was onbarmhartig en zei: “Als je de spoel erin hebt laten vallen, moet je maar zorgen dat hij eruit komt ook.” Toen ging het meisje naar de waterput terug en wist niet wat ze beginnen moest, en in haar angst sprong ze de put in om de spoel te halen. 

Ze verloor het bewustzijn, maar toen ze weer wakker werd en weer tot zichzelf kwam, lag ze in een prachtige weide; de zon scheen en er stonden duizenden bloemen. Ze stond op en liep de weide af. Daar kwam ze bij een oven vol met brood, en het brood riep: “Haal me eruit, haal me eruit, anders verbrand ik: ik ben al lang gaar!” Ze ging erheen en haalde platen vol brood eruit. Verder wandelde ze; ze kwam bij een boom vol met appelen en de boom riep: “Schud me toch, schud me toch, want de appels zijn allemaal rijp!” Ze schudde de boom zodat de appels vielen alsof het regende, en ze schudde zolang, tot er geen een meer hing, ze legde al de afgevallen appels op een hoop, en toen wandelde ze weer verder. 

Eindelijk kwam ze bij een klein huisje. Een oude vrouw keek uit het venster, maar die had zulke grote tanden, dat ze er bang van werd, en ze wou weglopen. Maar de oude vrouw riep haar na: “Waarom ben je bang, lieve kind? Blijf bij me. Als jij alle huiswerk wilt doen, zal het je goed gaan. Je moet alleen zorgen, dat je mijn bed goed schudt, zodat de veren vliegen, dan sneeuwt het in de wereld, ik ben vrouw Holle!” Toen de oude vrouw zo vriendelijk tegen haar sprak, vatte het meisje moed, stemde toe en kwam bij haar in dienst. Ze deed alles tot grote tevredenheid en schudde het bed steeds met zoveel geweld, dat de veren als sneeuwvlokken rondvlogen; maar ze had dan ook een goed leven bij haar, geen enkel boos woord en elke dag haar natje en haar droogje. Ze was al een poos bij vrouw Holle, toen ze triest werd en in het begin zelf niet wist wat er met haar was; eindelijk begreep ze dat het heimwee was; al had ze het hier duizendmaal plezieriger dan thuis, ze verlangde er toch naar terug. 

Ze zei tegen vrouw Holle: “Ik heb een vreselijk verlangen naar huis, en al gaat ’t me hier nog zo goed, ik kan niet langer blijven, ik moet naar mijn familie terug.” Vrouw Holle sprak:”Ik vind het lief van je, dat je weer naar huis verlangt, en omdat je me zo trouw gediend hebt, zal ik je zelf weer naar boven brengen.” Ze nam haar bij de hand en bracht haar bij een grote poort. De poort werd geopend, en toen het meisje daar onder stond, viel er een regen van goud neer, en al het goud bleef aan haar hangen, zodat ze helemaal met goud was overdekt. “Dat krijg je, omdat je zo ijverig bent geweest,” zei vrouw Holle en ze gaf haar ook de spoel terug, die in de put was gevallen. Daarop viel de poort dicht en het meisje was in de bovenwereld, niet ver van haar moeders huis en toen ze in de tuin kwam, zat de haan op de putrand en riep:

“Kukeleku,
Onze gouden jonkvrouw zien we nu.”

Toen ging ze naar binnen naar haar moeder en omdat ze met goud overdekt was, werd ze door haar en haar zuster vriendelijk begroet.

Het meisje vertelde alles wat ze ondervonden had, en toen de moeder hoorde, hoe ze tot grote rijkdom was gekomen, wilde ze haar eigen lelijke, luie dochter graag hetzelfde geluk gunnen. Ze moest bij de waterput zitten en spinnen; en om de spoel bloederig te maken, prikte ze zich in haar vinger door met haar hand in de doornheg te stoten. Toen gooide ze de spoel in de put en sprong er zelf in. Ze kwam, net als de ander, op de mooie weide en volgde hetzelfde pad. Toen ze bij de oven kwam, riep het brood weer: “Haal me eruit, haal me eruit, anders verbrand ik, ik ben al lang gaar.” Maar het luie meisje antwoordde: “Denk je dat ik zin heb mijn handen vuil te maken,” en ze ging weg. Weldra kwam ze bij de appelboom, die riep: “Schud me toch, schud me toch, wij appels zijn allemaal al rijp!” Maar zij antwoordde:”Dat denk je maar, er zou best een appel op mijn hoofd kunnen vallen!” en daarmee ging ze verder. 

Toen ze bij het huisje van vrouw Holle kwam, was ze niet bang, want van die grote tanden had ze al gehoord, en ze verhuurde zich meteen. De eerste dag deed ze zichzelf geweld aan en was vlijtig en deed wat vrouw Holle haar zei, want ze dacht aan al het goud dat ze ter beloning zou krijgen, maar de tweede dag begon ze al te luieren, en de derde nog meer: toen wou ze ’s morgens niet eens meer opstaan. Ze schudde het bed van vrouw Holle ook niet, zoals het hoorde, en ze schudde zeker niet zo dat de veren vlogen. Dat verdroot vrouw Holle al gauw en ze zei haar de dienst op. De luie was daar best mee tevreden en dacht, nu zal de gouden regen beginnen; vrouw Holle bracht haar bij de poort, maar toen zij daar onder stond, werd er in plaats van goud een grote pan vol pek uitgestort. “Ter beloning van je diensten,” zei vrouw Holle en sloot de poort. Zo kwam de luie meid thuis, helemaal vol pek, en de haan zat op de putrand en riep:

“Kukeleku,
Onze vieze jonkvrouw zien we nu!”

Het pek bleef aan haar kleven en wilde er haar leven lang niet af!

Over Vrouwe Holle

Hekserij vond mij lang voordat ik Haar vond.

Als kind was ik een buitenbeentje. Terwijl andere kinderen touwtjesprongen op de speelplaats, maakte ik (tot grote horror van mijn moeder) stiekeme detours op weg naar school om op zoek te gaan naar paddenstoelen, pluimen, stenen en andere wereldse schatten. Het feit dat ik die vervolgens ook meenam naar school om te laten zien, hielpen -achteraf gezien- niet aan het hele sociale gebeuren. 

Toen ik een jaar of zeven was, ging mijn vader uit met een heks, of zo noemde ze zichzelf toch. Heel vreemd vond ik dat. Maar als de excentrieke dame (die toevallig dezelfde naam droeg als ik) verhalen vertelde, stapte je er zo mee in. Ze spon werelden zo écht dat je zo kon aanraken. Ik spreek nu over de jaren ’91, hekserij was toen helemaal nog niet bespreekbaar en er iets over terugvinden was geen sinecure.

Omdat ik voortdurend in situaties belandde waar gebeurtenissen liepen zoals ik ze op voorhand gedroomd had, waar ‘onverklaarbare’ fenomenen schering en inslag waren; besloot ik me in mijn tienerjaren te verdiepen in ‘het occulte’. Ik schuimde boekenwinkels af (en later de beginselen van het krakkemikkelige inbel-internet ) op zoek naar mensen die me konden opleren want de DIY rituelen voelden aan alsof het niet écht was. Het kon toch niet simpelweg uit mezelf komen?

Dit is de overigens de raad die ik wou dat ik gekregen had aan het begin van mijn reis: ‘Je kan niets verkeerd doen. Het draait heus niet énkel om voorgekauwde regeltjes. Hekserij is een heel natuurlijk gegeven en wat voor mij werkt, doet dat niet noodzakelijkerwijs ook voor jou.”

 

"Hekserij is een heel natuurlijk gegeven en wat voor mij werkt, doet dat niet noodzakelijkerwijs ook voor jou. Het is vooreerst een zoektocht naar vertrouwen in jezelf."

Om een lang verhaal kort te maken: na zoeken, ontdekken en proeven kwam ik, in 2006, terecht bij een groep dat later de coven zou worden waar ik me bij aansloot. Eéntje dat toen erg dicht stond bij wat ik zocht: een ecclectische groep met invloeden van allerlei stromingen met aan het hoofd een Hogepriesteres met de beide voeten op de grond. Daar komen voelde aan als thuiskomen, en dat doet het eigenlijk nog steeds. Hoewel onze paden scheidden, heb ik nog steeds een diepe band met hen. Onze energie zal altijd wel gelinkt blijven, denk ik dan.

In 2017 trok ik me terug uit de groep omdat mijn prioriteiten anders kwamen te liggen en in 2018 werd ik voor het eerst mama. Al mijn tijd en liefde ging naar het kleine wondertje. Nu…twee jaar later werd ik voor de tweede keer mama: van Het Rijk van Holle en haar sibbe.